HET ONTSTAAN VAN NOORDERLIGT, een ooggetuige verslag

Geplaatst: 3 februari 2011 door Frank van Iersel

Ergens vooraan in 1980 na avonturen op de sociale academie de Horst in Driebergen, stage in Den Haag en studeren in Utrecht keerde ik terug naar wat toch eigenlijk "home" bleek te zijn, good old Tilburg. Ik vond werk bij mijn vader en vestigde mij schuin tegen over café de Noordhoek wat later het weerspannige en opwindende café d'n Egelantier zou worden. Ik zat op de eerste rang.

Fantastische tijden, gewoon werken, motor rijden, uitgaan in de Spoel en Swinge bij Dinge op donderdag, vrijdag en zaterdag, op woensdag het Theseus met new wave bandjes onder de noemer De Nieuwe Lente en mede redactielid van het eerste Tilburgse muziekblad de "Ye Ye" (alleen Tilburgers weten hoe je dat uitspreekt). Hier en daar wat concerten mede- georganiseerd vanuit het eigenlijk ter ziele gegane Posjet met oa The Virgin Prunes (vriendjes van Bono & The Edge) in het KWJ gebouw en Mathilde Santink en TC Matic in de Studio van de Schouwburg (de staf daar wist niet wat ze overkwam, was ook zo weer afgelopen). Actief als roadie bij Sammie America's Gasphetti, als hulpje bij het vooruitstrevende labeltje Eksakt en zelfs als "manager" van bandjes.

Met de opening van d'n Egelantier kwam ik in levende lijve in aanraking met de goddelijke Veulpoepers. Al jaren fan van de band, niet om die fluitjes muziek met belegen seventies deunen, maar om waar ze voor stonden. Dat wilde ik ook ! Creative industry zou je nu zeggen. Sub "bedrijfjes" met namen als Tararaboem PA, Kindertheater Pielekepoep, Drukkerij Overmorgenklaarzeker, de Fanfare van de Eeuwigdurende Bijstand, Uitgeverij Polypoepka: het zinderde daar bij hun in de Goirkestraat.
En nu een café erbij met zelfs een echte hit. Ik had al snel een briefje standaard voor mijn voorruit: "ik zit aan de overkant".
De Veulpoepers hadden een enorme aantrekkingskracht, ze waren de echte pioniers en vele kopieerden hen. Na de Lieve Hemel en Bikse Fiste in de eerste standplaats Hilvarenbeek ontstonden overal kleine centra en festivals. De eensgezindheid en vastberadenheid , de innovatieve ideeën, de ongekende brutaliteit in tekst en gebaar; het was plattelands links vanuit een grote saamhorigheid. Als op een roze" wolk zou later helaas blijken.

Of ik nu altijd in het cafe was of omdat ik al wat in de muziekwereld deed weet ik niet, maar Peer Kolsters nodigde mij uit om lid te worden van de Stichting de Veulpoepers.
En ja hallo, daar zeg je geen nee tegen.
Het bleek dat die gasten nu ook hadden bedacht dat er onderhand een fatsoenlijke concertzaal in de stad moest komen. Iets waar velen over droomden. Hoe vervelend was het niet om de laatste klanken van de Gang of Four of Echo & the Bunnyman te moeten missen in de Effenaar in Eindhoven om de laatste trein terug naar Tilburg te halen. Na Posjet was er nog de stoned alone tent Het Kijkhuis waar het publiek pas in beweging kwam wanneer de band al hoog en droog weer in de kleedkamer zat. En er waren sporadisch live concerten in cafe's en natuurlijk op de thuisbasis D'n Egelantier.
Tilburg was in die tijd vooral zoekende naar een nieuwe identiteit en had jaarlijks zo leek het wel een nieuwe stadslogan. Geen van allen maakte het waar en wat echt nodig was: een culturele spirit om de stad sfeer en een gezicht te geven kwam niet vanuit de kantoren aan de Paleisring.

Dat kwam dus vanuit dat rare kantoor met vele 50jaren bureaus en mensen die voortdurend aan het bellen waren of in ieder geval op een stoel zaten: het hoofdkwartier van de Poepers, en ik mocht erbij zijn !
Baan bij pa opgezegd, uitkering aangevraagd en meteen gekregen ! (ja ja, cultuur mocht toen nog wat kosten) en aan de slag. Waarmee was niet helemaal duidelijk.
Soms leek het wel of er teveel stichtingsleden waren voor het werk wat er lag. De arbeidsvoorwaarden waren dan ook vrij ruim voor een eigen interpretatie. Natuurlijk werd er gebuffeld: de drukkerij voorop, de band uiteraard met de technici de weg op, onderhoud van het wagenpark, het boekingsbureau voor de optredens, de onderhandelingen met muzikanten en perserijen bij de uitgeverij en platenmaatschappijtje, het team van de Egelantier en alle andere initiatieven en ideeen die er op volgden.

Echter, er ontstond een soort van oververhitting zoals je dat in economische voorspoed ziet gebeuren. Ik weet het niet . Gingen de raderen te hard of te langzaam of was er iets anders aan de hand ? Ik was op dit niveau groen als gras (mijn motivatie voor de sociale academie was "iets met mensen") maar na een onthutsende ervaring tijdens mijn eerste aanwezigheid bij de plenaire stichtingsvergadering in het KWJ gebouw kreeg ik het schokkende gevoel dat er veel ongenoegen onder de oppervlakte bestond.
Vanuit alle wederzijdse bewondering, rücksichtslose ondersteuning aan de muzikanten die door de overheid niet als een beroepsgroep werden gezien, de gedeelde smarten en gelukzalige momenten, leek het wel of men niet elkaar gewoonweg de waarheid kon vertellen.
Er was een grote grijze massa ontstaan die nauwelijks weerstand of een reactie gaf. Enkele mensen met een grote mond namen zich het recht op alles voor. Wie spreekt heeft gelijk zo leek het. Ik vond mijn vergelijking met het communistische politbureau wel een goeie, Elbers en Naaykens duidelijk niet.
Ja, dacht ik nog, mijn vader is ondernemer (waarvoor ik op de sociale academie werd geboe"d"), ben ik dan toch rechts ? of is dit gewoon het einde van een te innige vrolijke en vreedzame samenwerking en moet je durven inzien dat er allerlei conflicten en uiteenlopende meningen bestaan. Realist worden dus.
Enkele mensen die een vaste baan hadden financierden mede de stichting en stonden ook borg voor de hypotheek van de band residentie (een prachtige stadsboerderij). Werkende tov niet werkenden , mensen die wilden uitvliegen zonder allerlei bemoeienissen en ga zo maar door.
Eigenlijk een natuurlijk verloop, maar dat had je toen niet in de gaten. Het was crisis en tijdens mijn tweede algemene vergadering kwam men eindelijk tot de stilzwijgende consensus van de meerderheid dat zo voortgaan niets oplevert. Beter ontbinden en onderdelen verzelfstandigen. De stemming was duidelijk : de meerderheid maakte er een eind aan.
Mooi zo, ik was opgelucht, op deze manier zou de grandeur van alles wat bereikt was overeind blijven. Het stokje doorgeven, verder ontwikkelen, het goede kennen en een stuk wijzer plannen maken. Voor sommige mensen van het eerste uur was het een reality call, maar dat begrepen ze pas veel later. Hun rol was uitgespeeld.

Ondertussen hadden wij en vooral Peer Kolsters niet stilgezeten. Tot zijn grote vreugde bleek dat de bioscoop aan de Veldhovenring op z'n achterste benen liep -wekelijks een film : "het pornoschip" - en wellicht te huur zou zijn.
De "sectie" Noorderlicht was een feit en bestond uit Fons van Iersel (het financieel geweten van de stichting, en in mijn ogen de eigenlijke chef), Piet Donker de man van de boekingen van de band, Bikse Fiste, Egelantier en meer, Willem Vreeburg de kastelein van het café en ondergetekende. Toen collega's, de vriendenclub kwam met de jaren.

De onderhandelingen begonnen op twee fronten: met de eigenaresse van de bioscoop en met de Zusters van Liefde en de Triodosbank.
Bij de eerste bleek tot elkaars verrassing dat wij echt charmant konden zijn, zelfs zo dat de linkse plattelanders die een zo gefortuneerde vrouw uit een totaal andere wereld dan de onze vriendelijk bejegende en zich verder nergens mee bemoeiden. De Goirkestraat heeft overigens geen parkeermeters, wel hielp een van ons haar altijd met haar hondje omdat ze zelf zo lange nagels had. Ja, ja Mevrouw vd Waarde was er eentje. We hebben als silent discogangers staan keten in het kantoor van Hanneke de secretaresse toen het mens in de kamer ernaast eindelijk haar handtekening zette.

Vervolgens: op naar Schijndel! Fons en Piet hadden op basis van een tip van een groepje net afgestudeerde journalisten die een blad gefinancierd kregen uitgevonden dat je bij de Zusters van Liefde kon aankloppen voor financiële steun. In een gesprek met zuster Florentina wisten de twee duidelijk te maken dat wanneer zij iets in ons project zou zien wij zakelijk in staat zouden zijn om een heuse onderneming te starten. Deze zou aan jonge mensen werk bieden en van grote betekenis worden voor het culturele leven in de stad. Kom daar maar eens om !
Op basis van haar borgstelling ging de Triodosbank overstag en leende ons 180.000 gulden. De eerste verbouwing kon beginnen met de tekeningen van de veel te vroeg gestorven meester architect en poepersgitarist Dirk Broere.
Het kleurenschema ken ik uit mijn hoofd, ik werd zijn "chef schilderen" en heb mijn fijnste jaar vooral doorgebracht op steigers hoewel ik hoogtevrees heb. Wat die adrenaline allemaal niet kan veroorzaken !

Ondertussen waren de banden met de motherload min of meer weg. Fons werd als enige het voorbereidende jaar doorbetaald door de Egelantier, de eerste huur kwam uit de poeperskas en werd vervolgens na de lening direct terug betaald. Wat overbleef was een grote sympathie van de meerderheid van de oud stichtingsleden en wat schermutselingen en onnodige bemoeienissen van het politbureau waar eerlijk gezegd niemand op zat te wachten.
Wij waren zo vol van de voortgang en de kansen die voor het grijpen lagen dat wij ons toen en daarna niet stoorden aan deze oude hap. Zelfs niet aan hoe publiekelijk de credits voor Noordeligt door hen werden geclaimd, net zoals zowat alles wat de mensen van deze prachtige club in zijn geheel en individueel door de jaren heen hebben gedaan, afgestaan of ondersteund. De credits voor Noorderligt liggen daar, in dat collectief. (De definitieve breuk overigens, kwam toen na het gezamenlijk georganiseerde Leippark festival (met twee politbureau) men letterlijk niets meer van zich liet horen en Noorderligt zelf het tekort van 100.000 gulden kon oplossen)

Noorderligt was klaar voor de opening, de staf was al uitgebreid met Frank van Tongeren, Peer van Buel, Erik van Luit en Jan Jansen en het regende aanmeldingen van vrijwilligers. Zelfs de mensen op het Stadhuis kwamen over de brug met een stimuleringspremie van 25.000 gulden.
Dat was een mooie opsteker. Wat voor de een een knieval voor de mainstream was, was voor ons de definitieve breuk met die mooie seventies. Punk, hard rock, wave, ska, Britse reggae, opstandige afro; ander politiek engagement, harder en directer. Een keerpunt in de culturele business. Er werden carrieres opgebouwd, relaties aangegaan, kinderen geboren, zelfs beleidsplannen geschreven en over marketing gedubt.
Profit for non profit is een moderne term die toen werd uitgevonden. Populaire dingen durven doen om daarmee inhoudelijke verantwoorde programma's te kunnen bekostigen.
Noorderligt was een voorbeeld en door deze culturele ondernemerslust was het na het eerste jaar eigenlijk een piece of cake om het gemeentebestuur en raad achter ons te krijgen om de noodzakelijke isolatie en professionalisering er door te krijgen. Men had respect en zag het belang van cultuur voor de stad (en vergeet dat NU niet !) . Verder waren wij die jongens aan de Veldhovenring die toch maar in een jaar meer dan 50.000 bezoekers hadden getrokken. Naief of niet, de boel aangepakt en je kon er niet omheen. De wethouder werd een groot fan (niet de laatste overigens). Op dat moment toen, in die hectische periode voelden we ons natuurlijk niet zo zeker, het was meer dan spannend. Er waren legendarische acties, koortsachtig overleg, debatten en bijvoorbeeld een "stomme" noorderlichtshow , maar de ordner-map die nu nog in het archief staat met de dramatische naam: ' De Strijd Om Het Bestaan' werd toen definitief gesloten.
Die jaren waren de basis van mijn verdere leven, als staflid van Noorderligt en managementlid van weer onze opvolgers 013. In 2003 ben ik daar vertrokken om mijn horizon te verbreden en het stokje op tijd weer door te geven.

Geplaatst: 3 februari 2011 door Frank van Iersel

Ook bijdragen aan het archief? Neem contact op met de redactie!